De afgelopen jaren is de aandacht voor transgenderpersonen sterk toegenomen. Documentaires, artikelen en ervaringsverhalen hebben geleid tot grotere zichtbaarheid en acceptatie, vooral onder jongere generaties. Tegelijkertijd is er een verschuiving in taal en denken: termen als ‘transseksualiteit’ en ‘ombouwen’ worden minder gebruikt, met meer nadruk op autonomie en zelfbeschikking. Ook wetgeving, zoals de ‘Wet wijziging vermelding van geslacht in geboorteakte’ (2014), weerspiegelt deze ontwikkeling.
Voor de huisarts, POH-GGZ en de bredere zorgsector betekent dit dat er steeds vaker vragen komen rond genderdiversiteit. Deze kunnen variëren van psychische klachten zoals somberheid en suïcidaliteit tot medische vragen over puberteitsremmers, hormonen of operaties. Door de lange wachtlijsten bij gespecialiseerde centra – inmiddels meerdere jaren ondanks uitbreiding – is het belangrijk dat ook minder gespecialiseerde zorgverleners toegerust zijn.
In deze nascholing voor de POH-GGZ leer je de DSM-5-criteria van genderincongruentie herkennen, aandachtspunten bij comorbiditeit signaleren en passende psychologische interventies bieden tijdens wachttijden en naast medische trajecten. Ook komt de maatschappelijke discussie en kritiek op transgenderzorg aan bod. Daarbij wordt steeds verwezen naar de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg – Somatisch (2018), de Kwaliteitsstandaard Psychische Transgenderzorg (2017) en de internationale Standards of Care, version 8.